In veel plaatsen in Nederland vind je de naam Stadswerf terug, maar er zijn nog maar weinig plekken waar je daar ook echt een werf zal vinden. 

Historie

De plek waar je onze werf nu kan vinden wordt al honderden jaren beschreven in oude kaarten en logboeken. Het ligt in de bocht van de Ee en op kaarten is te zien hoe die locatie er in jaar 1000 moet hebben uitgezien. Vijfhonderd jaar later kreeg deze bocht in de Ee een naam: De Oldegalilieën, naar het Fransicaner klooster dat hier in 1457 werd gesticht. De Oldegalilieën lagen buiten de stadsgrachten, vlakbij de Hoeksterpoort (Leeuwarders kennen dit nu als het Hoeksterend).

Drukte en rust

Nadat de monniken waren vertrokken naar veiligere oorden binnen de stadsmuur was het gebied eeuwenlang in handen van de bekende adellijke familie Cammingha. Op een kaart uit 1645 zien we op de plek waar nu de werf staat twee herbergen, wat er op duidt dat de weg die daar liep erg goed gebruikt werd. In de achttiende eeuw gaf de familie Cammingha het gebied weg aan de Domiscanen van Leeuwarden, een eeuw later werd fabrikant Meindert Albert Bokma de Boer de eigenaar. Toen was er al geen sprake meer van drukte, op kaarten zien we alleen nog maar een weiland. 

Tussen 1850 en 1870 werd er flink gebouwd in Leeuwarden en ook dit gebied werd onder handen genomen. Stadsarchitect Thomas Romein kreeg de opdracht het gebied rond de Hoeksterpoort, Camstraburen en de Arendstuin op zich te nemen en dat deed hij grondig. Zo liet hij een gracht dempen, groef een nieuwe én liet hij een oude brug slopen. Daar waren de buurtbewoners niet zo blij mee en in de nieuwe ontwerpen was wel een brug opgenomen, hoewel die slechts 1.25 meter breed was. 

Steeds nieuwe eigenaren

In de negentiende eeuw werd er flink gebouwd en er werden grote pakhuizen met fraaie namen gebouwd. Eén van die pakhuizen was dat van Bokma de Boer. In 1866 werd deze afgebroken en scheepstimmerman Pier Huberts Westerhuis gaf de opdracht tot de bouw van een scheepstimmerloods met een scheepshelling. Scheepswerf Leeuwarden was een feit. 

Na tien jaar kreeg de gemeente Leeuwarden toestemming om de scheepstimmerwerf voor 177 gulden per jaar in onderhuur te geven aan Laverman, een andere scheepstimmerman. Zeven jaar later kreeg de werf weer een nieuwe gebruiker, die de woningen met scheepswerf mocht onderverhuren. Westerhuis redde het niet en ging failliet en in 1899 kochten Lucas en Hessel van der kolk het huis en de timmerwerf. Lucas woonde er een tijd met zijn familie, of Hessel daar ook woonde is altijd onduidelijk gebleven. In februari 1917 stierf Lucas en een week later werd de werf publiekelijk verkocht aan Gerard Du Bois, een aannemer van betonwerken. De scheepshellingen waren destijds al niet meer in gebruik. Hij liet een nieuw werf bouwen, ontworpen door architecten H. Nieuwland en W. van de Vegte. Op de werf kwam een verhuurbedrijf waar je bijvoorbeeld kano’s en wherry’s kon huren. 

Een sprong in de tijd

In 1970 wisselde het complex weer van eigenaar en kwam het in bezit van Pieter Coree, ook de eigenaar van een radiotechnisch bedrijf. De werf was op dat moment sterk verwaarloosd en de nieuwe eigenaar had geen ambitie om het nieuw leven in te blazen. Hij gebruikte het voor zijn grote hobby: het bouwen van een zeiljacht. Hij knapte alles een beetje op, verhuurde de schiphuizen om wat geld te verdienen en bouwde hier in alle rust aan zijn eerste zeiljacht. Coree was een handige man en zelfs de apparaten waarmee hij werkte maakte hij zelf. Al het materiaal dat hij over had bewaarde hij; je weet maar nooit. 

In 1990 nam de gemeente het terrein over, maar door de verwaarloosde staat zaten zij met de aankoop omhoog. De gebouwen waren verwaarloosd, het terrein was vervuild en bootjes lagen er allang niet meer. Aanvankelijk was het plan dat Patrimonium hier aanleuningwoningen voor Sint Jozef wilde bouwen, maar hier zagen zij van af. De GGZ diende zich aan als nieuwe pachter en daar hoefde de gemeente niet lang over te twijfelen. In de psychiatrische zorg werd het steeds populairder om cliënten een nuttige dagbesteding te bieden en de werf was hier natuurlijk een prachtige plek voor. De gemeente was tevreden dat het pand een mooie bestemming en ook buurtbewoners waren blij met de nieuwe pachter, omdat de locatie al langere tijd last had van onrustige jongeren en het vandalisme dat zij meebrachten. Sindsdien is de werf een plek waar mensen die (tijdelijk) geen plekje kunnen vinden op de arbeidsmarkt een bijzondere en unieke dagbesteding kunnen krijgen. De plek waar nu Stadswerf Leeuwarden staat heeft dus een bijzondere geschiedenis, die meer dan duizend jaar terug in de tijd gaat. 

Foto’s HCL